De familiesite Beijen/Beyen
door Laurens Beijen
De voorpagina
Het inhoudsoverzicht
De volgende pagina
De vorige pagina
De voornamenlijst
De fotogalerij
Zoeken op deze website
Reacties of vragen

De tak Jan Thomas van de IJsselsteinse familie

Willem Beijen (1830-1895) en zijn nakomelingen

Willem Beijen (12.8) was de jongste zoon uit het eerste huwelijk van de op de pagina Dirk Beijen en zijn zoon Amel genoemde Amel Beijen.
Willem werd in 1830 geboren in Noord-Polsbroek. In 1853 trouwde hij in Benschop met Annigje Brouwer, die in 1833 in Benschop was geboren. In de trouwakte werd Willem aangeduid als boerenknecht. Hij was 22, maar volgens de toen geldende regels had hij voor het huwelijk toestemming van zijn ouders nodig. Omdat zij beiden overleden waren, traden zijn voogd en zijn toeziend voogd op in hun plaats.

Bij de huwelijksdocumenten hoorde een certificaat waaruit bleek dat Willem vrijgesteld was van militaire dienst omdat zijn broer Pieter al dienst had gedaan. Er stond wel een signalement op het certificaat. Willem was 1,61 meter lang, zijn gezicht was ovaal, zijn voorhoofd laag, zijn ogen grijs, zijn neus dik, zijn mond 'ordinair' (gewoon), zijn kin rond en zijn haar en wenkbrauwen blond.

Annigje was een boerendochter. Twee maanden voor het huwelijk was haar vader, Gijsbert Brouwer, overleden. Willem trok in bij Annigje en ging de boerderij bestieren. Willem en Annigje kregen tien kinderen van wie er negen volwassen werden.
Naast zijn werk als boer was Willem vele jaren, van 1869 tot 1894, ontvanger of administrateur van de hervormde gemeente. Van 1883 tot zijn dood was hij lid van de gemeenteraad van Benschop.
Hij overleed in 1895, zijn weduwe Annigje pas in 1923.



Links de handtekeningen van Willem en Annigje bij het volkspetitionnement van 1878.
Rechts een krantenbericht over de vacature in de gemeenteraad na het overlijden van Willem in 1895.

Twee van de kinderen van Willem en Annigje kregen kinderen met de naam Beijen. Over hen volgt hierna meer.

Gijsbert Beijen (1854-1932)

Gijsbert Beijen (13.11), de oudste zoon van Willem Beijen en Annigje Brouwer, werd in 1854 geboren in Benschop. Hij trouwde in 1888 met de uit Gouderak afkomstige Wijntje Lekkerkerker.
Gijsbert was net als zijn vader boer. In 1892 verhuisden Gijsbert en Wijntje naar een boerderij in Papekop (bij Oudewater), en in 1896 van daar naar Jaarsveld (bij Lopik). Zij kregen twaalf kinderen, van wie er drie jong (allemaal binnen twee maanden) overleden.

Hierboven (met dank aan Piet Beijen uit Ameide) een foto van rond 1915 van Gijsbert en Wijntje met hun negen volwassen geworden kinderen. De zoon rechts is Willem (14.10) en de zoon links Pieter (14.16). De zes dochters op de achterste rij hebben niet alleen twee aan twee dezelfde jurk, maar staan ook netjes op leeftijd gerangschikt: van rechts naar links Marrigje (14.11), Annigje (14.12), Trijntje (14.14), Wijntje (14.17), Jansje (Hanna) (14.18) en Adriana (Rie) (14.20). Het kleinste meisje naast haar vader is de jongste dochter Gijsberta (Bertha) (14.21).

Gijsbert Beijen was van 1905 tot 1923 lid van de gemeenteraad van Jaarsveld. Hij was ook vele jaren heemraad van het waterschap Batuwe (een polder ten zuiden van Lopikerkapel) en van de Gecombineerde Uiterwaarden van Jaarsveld.
Gijsbert overleed in 1932 in Lopik, Wijntje in 1944.

Een overzicht van de twaalf kinderen van Gijsbert en Wijntje, met indien van toepassing de naam van hun echtgenoot:

14.10 Willem (1889-1962)Neeltje Hendrikje de Gier (1889-1966)
14.11 Marrigje Heijkoop (1890-1971)Jan Johan Scheer (1889-1965)
14.12 Annigje (1891-1979)Machiel Zwijnenburg (1883-1965)
14.13 Pieter (1892-1892)-
14.14 Trijntje (1893-1938)Dirk van Bruchem (1884-1965)
14.15 Pieter (1893-1893)-
14.16 Pieter (1895-1975)Anna Adriana Johanna de Leeuw (1895-1988)
14.17 Wijntje (1896-1978)Pieter Sonnevelt (1896-1987)
14.18 Jansje Johanna (1897-1993)Gijsbertus Johannes van Bruchem (1880-1950)
14.19 Gijsbert (1899-1899)-
14.20 Adriana Maria (1900-1970)Pieter Doornenbal (1900-1982)
14.21 Gijsberta (1902-1953)Nicolaas Jacobus van der Lee (1903-1971)

De oudste dochter van Gijsbert en Wijntje heette officieel Marrigje Heijkoop Beijen (14.11). Heijkoop was geen achternaam, maar een ongebruikelijke voornaam. Marrigje was genoemd naar haar grootmoeder van moederskant Marrigje Heijkoop van Os, die getrouwd was met Pieter Lekkerkerker. Ook Marrigje Heijkoop van Os, die in 1827 in Benschop geboren werd, had haar dubbele voornaam van haar grootmoeder van moederskant, die eveneens Marrigje Heijkoop heette. Bij die laatste Marrigje was Heijkoop echter geen voornaam, maar gewoon haar achternaam.
Op de grafsteen van Marrigje wordt haar tweede voornaam ten onrechte als
Heicoop gespeld.

Pieter Beijen (14.16) was het enige kind van Gijsbert Beijen en Wijntje Lekkerkerker dat de naam Beijen doorgaf aan volgende generaties. Op de foto hierboven is hij te zien met zijn vrouw Anna A.J. de Leeuw en hun vijf kinderen: van links naar rechts Wijntje (15.15), Gijsbert (15.11), Antonie (15.13), Willem (15.14) en Wilhelmina (Mien) (15.12).

Cornelis Pieter Beijen (1874-1929)

Cornelis Pieter Beijen (13.20), de jongste zoon van Willem Beijen en Annigje Brouwer, werd in 1874 in Benschop geboren. Hij trouwde in 1900 met zijn plaatsgenote Jacomijntje Pietertje Schouten. Ze kregen vijf kinderen, van wie de eerste als baby overleed en een ander op 20-jarige leeftijd.

De foto hiernaast met hoed en in driedelig pak, illustreert dat Cornelis in tegenstelling tot de meesten van zijn familieleden niet koos voor het boerenleven maar voor een burgerbestaan. In 1904 werd hij brievengaarder, de toen gebruikte aanduiding voor het hoofd van het plaatselijke postkantoor. Hij was ook door de gemeente aangesteld als hulptelegraafkantoorhouder, wat in 1913 formeel werd bevestigd (zie hier).

In 1906 kocht Cornelis een huis op de hoek van het Dorpsplein en de straat langs de wetering in het centrum van Benschop. In het achterhuis vestigde hij het postkantoor. Het voorhuis verhuurde hij aan het joodse gezin Hamburger, dat er een textielwinkel had. Omdat het jongste zoontje uit dat gezin later bekend werd als de schrijver Herman de Man, heet het huis nu het Herman de Man-huis. Meer over dat huis staat op de pagina over de schrijver Herman de Man en de familie Beijen.

Op die pagina staat ook een fragment uit een artikel van Henri A. Ett waarin Cornelis Pieter Beijen in verband wordt gebracht met Gieljan Beijen, de hoofdpersoon uit het boek Het wassende water:
"Vermoedelijk heeft de auteur, bij het schetsen van het karakter van de hoofdpersoon uit HET WASSENDE WATER, zich laten leiden door de bewondering, die hij in zijn jeugdjaren voor een toenmaals bekende figuur in Benschop gekoesterd had.
In dat dorp woonde namelijk in die dagen een zekere Cornelis Pieter Beijen (geb. 26 december 1874 te Benschop, overl. ald. 4 april 1929), die - alreeds door het feit dat hij directeur van een bijkantoor der posterijen, oprichter van een brandverzekeringsmaatschappij en eigenaar van de woning der Hamburgers was - voor de jonge Salomon Herman een indrukwekkende figuur geweest moet zijn. Voegt men daar nog aan toe dat Cornelis Pieter Beijen zich niet met de levens- en wereldbeschouwing van zijn rechtzinnige familie kon verenigen, dan is het niet zonder betekenis dat de achternaam van deze dorpsautoriteit ook door de hoofdpersoon van HET WASSENDE WATER gedragen wordt."

Cornelis Beijen had naast zijn gewone werk ook andere functies. Zo was hij politiek actief in de Vrijzinnig-Democratische Bond, een liberale politieke partij. Van 1927 tot 1929 was hij gemeenteraadslid.

In augustus 1907 nam hij het initiatief tot het oprichten van de Onderlinge Brandverzekering voor Benschop en omstreken 'Draagt elkanders lasten'. Tijdens de oprichtingsvergadering werd hij zelf benoemd tot directeur-penningmeester. Hij hield kantoor aan huis.

De Benschopse maatschappij is vanaf 1990 betrokken geweest bij een aantal fusies, eerst met de zustermaatschappij uit IJsselstein en later met andere uit de regio. Daaruit is de co÷peratieve verzekeringsmaatschappij De Onderlingen ontstaan met Benschop als een van de vestigingsplaatsen.

Cornelis Pieter Beijen overleed in 1929. Hij was tot zijn dood postkantoorhouder en tevens directeur van de brandverzekeringsmaatschappij.

Bij het huis van de familie Beijen hoorde het hiernaast afgebeelde theekoepeltje aan de wetering. Omstreeks 1934 ontstond er een meningsverschil over het eigendom van de tuintjes links en rechts van het koepeltje tussen de gemeente Benschop en de weduwe en de kinderen van Cornelis Beijen. Toen de gemeente de grond opeiste, dagvaardde de familie Beijen de gemeente voor de rechtbank. Uiteindelijk hoefde het niet tot een rechterlijke uitspraak te komen: in 1935 legde de gemeente zich erbij neer dat de tuintjes op naam van de familie Beijen kwamen te staan.

Jacomijntje Beijen-Schouten overleed in 1960. Tot die tijd zijn het Herman de Man-huis en het theekoepeltje eigendom van de familie Beijen gebleven.


   De volgende pagina

De voorpagina
Het inhoudsoverzicht

De bovenkant van de pagina
Zoeken op deze website

Reacties of vragen