De familiesite Beijen/Beyen
door Laurens Beijen



De tak Johan Franco van de IJsselsteinse familie Hendrik Rudolph Beijen senior

Hendrik Rudolph Beijen

Hendrik Rudolph Beijen (11.9) werd in 1843 geboren in Barneveld. Hij was de derde volwassen geworden zoon van de arts Johan Franco (IV) Beijen. Hoe hij in familiekring genoemd werd, is niet bekend; ik noem hem op deze pagina Hendrik. Net als zijn oudere broers Johan Franco (V) en Pieter koos hij voor een militaire loopbaan.

Opgeleid voor Indië

In 1859 werd Hendrik als kadet toegelaten tot de Koninklijke Militaire Academie in Breda om opgeleid te worden voor de infanterie in Nederlands Oost-Indië. In 1863, aan het eind van zijn opleiding, werd hij benoemd tot tweede luitenant. In oktober van dat jaar vertrok hij vanuit Nieuwediep bij Den Helder naar Batavia, waar hij in februari 1864 aankwam. Het Suezkanaal bestond toen nog niet, dus de reis kostte verscheidene maanden.
De advertentie hieronder, die hij samen met enkele medepassagiers heeft laten plaatsen, had een zekere voorspellende waarde: hij zou nooit meer in het vaderland terugkeren.

Dienst op verschillende eilanden

In zijn eerste jaren in Indië deed Hendrik dienst op Zuid-Sumatra, in de Molukken en op Java. In 1870 volgde zijn bevordering tot eerste luitenant. In 1871 werd hij adjudant bij de staf van een militaire afdeling op Java, en in 1873 deed hij achtereenvolgens dienst bij twee bataljons infanterie.

Ernstig gewond in Atjeh

In 1873 begon de oorlog tussen Nederland en het tot dan toe onafhankelijke sultanaat Atjeh in het noorden van Sumatra. De Nederlandse regering noemde als voornaamste aanleiding piraterij vanuit Atjeh in de Straat van Malakka. De oorlog zou uiteindelijk ruim dertig jaar duren.
De eerste militaire expeditie vanuit Java naar Atjeh rond april 1873 werd een mislukking. In oktober 1873 werd een grotere expeditie uitgezonden met onder andere een brigade infanterie. Hendrik werd aangewezen als adjudant van de commandant van die brigade.

Tijdens een gevecht op 16 april 1874 bij Kota Radja, de hoofdstad van Atjeh, kreeg Hendrik schoten in zijn rechterbeen. Later moest zijn rechteronderbeen worden geamputeerd.
Een comité van het Nederland-Indische Rode Kruis bood hem daarna een kunstbeen aan, destijds een kostbare en zeker niet vanzelfsprekende voorziening. Een bericht daarover in de Java-Bode van 7 oktober 1874:


Anders dan eerst de bedoeling was, is Hendrik niet met verlof naar Nederland gegaan. Het kunstbeen werd in Indië aangebracht.

De Militaire Willems-Orde

In oktober 1874 kreeg een groot aantal deelnemers aan de expeditie naar Atjeh een koninklijke onderscheiding. Hendrik was een van degenen aan wie de Militaire Willems-Orde werd toegekend.

In januari 1875 was er in Soerabaja een feestelijke bijeenkomst voor militairen uit die plaats die een onderscheiding hadden gekregen. Hendrik Beijen was een van hen. In een krantenverslag werd met mededogen over hem geschreven:

Vervolg van zijn militaire loopbaan

Ondanks zijn zware handicap bleef Hendrik in dienst. Eerst diende hij weer bij de infanterie op Java. In september 1875 werd hij bevorderd tot kapitein, en later dat jaar werd hij overgeplaatst naar Atjeh als sous-chef van de militaire staf daar. In 1877 werd hij militair commandant van het Molukse eiland Ternate. In 1883 werd Hendrik op eigen verzoek eervol ontslagen wegens lichamelijke ongeschiktheid.
Na zijn pensionering keerde hij niet naar Nederland terug. Hij woonde in Soekaboemi (Sukabumi) op West-Java. Daar maakte hij zich jarenlang verdienstelijk als administrateur van een militair sanatorium. In 1897 stond in krantenberichten dat hij zou aftreden als administrateur "om in patria herstel van zijn geschokte gezondheid te zoeken", maar er zijn geen berichten waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk op reis is gegaan.

Omstreeks 1920 maakte een Nederlandse koopvaardijmedewerker de bovenstaande foto van het huis in Soekaboemi. De aanleiding voor zijn bezoek aan de familie Beijen wordt toegelicht aan het slot van het artikel Een lang verzwegen familiegeheim.

Twee huwelijken

In 1884, kort na zijn pensionering, trouwde Hendrik met Anna Johanna Regina Stops. Zij was in 1846 geboren op Ambon en was de moeder van zijn hieronder genoemde oudste zoon Piet Beijen. Bij het huwelijk werd Piet door Hendrik als zijn zoon erkend.
Anna overleed in 1911. Bij haar graf op de toenmalige Europese begraafplaats van Soekaboemi aan de Kerkhofweg stond de tekst: Hier rust / Anna Johanna Regina / Beyen, geb. Stops / geb. 27 Mei 1846 / overl. 21 Oct. 1911 / Diep betreurd /door echtgenoot / en kinderen.

In 1913 hertrouwde Hendrik met Maria Constantia Vollprecht, die in 1866 geboren was in Palembang.

Drie zoons en een (pleeg)dochter

Het is lastig om zicht te krijgen op de familieverhoudingen in het vroegere Nederlands-Indië. Alleen voor de "Europese" inwoners en de daarmee gelijkgestelden werd de burgerlijke stand bijgehouden. Die registers zijn bovendien voor een groot deel verloren gegaan. Genealogisch onderzoek wordt bovendien bemoeilijkt doordat veel kinderen werden geboren uit niet officieel geregistreerde relaties tussen Europese mannen en inlandse vrouwen.

Voor zover bekend had Hendrik drie zoons en een (pleeg)dochter. Aan hen zijn afzonderlijke pagina's gewijd:
  • Piet Beijen uit Indië en zijn nakomelingen
  • Johanna W.H. Beijen uit Indië
  • Hendrik Rudolph Beijen junior en zijn nakomelingen
  • Johan Franco Beijen uit Indië en zijn nakomelingen

    Overleden in 1922

    Hendrik overleed in januari 1922 in Soekaboemi, 78 jaar oud. Hij had het overgrote deel van zijn leven in Nederlands-Indië doorgebracht en had bijna 48 jaar het gebruik van zijn rechteronderbeen moeten missen.
    Op zijn inmiddels verdwenen grafsteen stond: Hier rust Hendrik Rudolph Beijen, in leven gep. kap. der inf., RMWO, geb. 21.4.1843, gest. 18.1.1922.