De familiesite Beijen/Beyen
door Laurens Beijen



De tak Johan Franco van de IJsselsteinse familie Pieter Wilhelm Adriaan Beijen

Pieter Wilhelm Adriaan Beijen

Pieter Wilhelm Adriaan Beijen (11.4) werd in 1835 geboren in Barneveld. Hij was een zoon van Johan Franco Beijen (IV), de hoofdpersoon van de pagina Johan Franco IV, arts in Barneveld, en diens vrouw Anne H.F. Bogaard.

Officier van gezondheid in Nederlands-Indië

Pieter werd militair geneeskundige. Daarmee combineerde hij de beroepskeuze van zijn oudere broer Johan Franco V en enkele van zijn ooms met die van zijn vader en grootvader.
In 1852 werd hij door de minister van Koloniën benoemd tot kwekeling bij de Rijkskweekschool voor militaire geneeskundigen in Utrecht. Vier jaar later werd hij benoemd tot officier van gezondheid bij de militaire geneeskundige dienst in Oost-Indië. Hij kwam begin 1857 aan in Batavia. Eerst deed hij dienst op Celebes en vanaf 1860 in het Groot Militair Hospitaal op Ambon, dat destijds Amboina werd genoemd.

Zorg voor gewonden op Ceram

In 1865 en 1866 was Beijen aanwezig bij gevechten op het Molukse eiland Ceram (nu Seram) ten noorden van Ambon. In de negentiende eeuw waren er diverse opstanden op dat eiland. Het Nederlandse bewind trachtte ze te onderdrukken door het sturen van militaire expedities. Een van die expedities duurde van oktober 1865 tot februari 1866..
In zijn dienststaat werd met veel lof gesproken over zijn optreden tijdens die expeditie:
  • Op 14 november 1865 verbond hij bij de verovering van een versterking achter Kayratoe (het huidige Kairatu) de voor deze versterking gevallen gewonden "op de plaats zelve en onder het vuur des vijands".
  • Enkele dagen later was er een tocht naar Hatasoea en Waysamoe (nu Hatasua en Waesamu). Bij de terugmars naar Kayratoe verbond hij "onder het hevige vuur des vijands met de meeste bedaardheid" enkele manschappen nadat ze getroffen waren door een kogel of door randjoes (bamboestokken met scherpe punten).
  • Ook bij een tocht in februari 1866 naar de belangrijkste versterking van de opstandelingen in het binnenland van Ceram verbond hij een aantal gewonden, opnieuw "onder het vuur des vijands" en "op de plaats zelve".
    De conclusie in zijn dienststaat was: "Heeft bij een en ander bewijzen gegeven van veel bedaarden moed en zich overigens door uitstekende zorg voor de gewonden gunstig onderscheiden."

    De Militaire Willems-Orde

    Naar aanleiding van zijn optreden op Ceram stelde de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië voor om Pieter Beijen te benoemen tot ridder in de Militaire Willems-Orde. Omdat in een enigszins vergelijkbaar geval een andere officier van gezondheid alleen een eervolle vermelding had gekregen, ontstond over dat voorstel nog enige discussie. Uiteindelijk concludeerden de ministers van Oorlog en Koloniën dat de benoeming tot ridder in de Willemsorde in geval van "het met bedaardheid verbinden van verwonden onder het vuur des vijands" toch gerechtvaardigd was. Koning Willem III volgde dit advies op en benoemde Pieter Beijen bij besluit van 13 september 1867 tot ridder der vierde klasse in de Militaire Willems-Orde. Die vierde klasse is de rang waarin vrijwel alle ridders in de MWO worden benoemd.

    De Militaire Willems-Orde voor P.W.A. Beijen

    Hierboven staat een foto van de onderscheiding die Pieter Beijen in 1867 heeft gekregen. In tegenstelling tot 'gewone' ridderorden (de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau) hoeven de versierselen van de Militaire Willems-Orde na het overlijden van de gedecoreerde niet te worden teruggestuurd naar de Kanselarij van de Nederlandse Orden. Deze onderscheiding is daarom na het overlijden van Pieter Beijen in 1909 in de familie gebleven.
    In 1999 vertrouwde zijn naar hem vernoemde achterneef Pieter Wilhelm Adriaan Hoynck van Papendrecht de onderscheiding toe aan mij als 'familie-archivaris'.

    Getrouwd met Carolina Strengnaerts

    In 1867 trouwde Pieter Beijen op Ambon met Carolina Jacquelina Christina Strengnaerts. Zij was in 1848 geboren in Tjeringin op West-Java als dochter van de militair Jean G.G.H. Strengnaerts en een 'inlandse' vrouw. Beijen had de vader van Carolina ongetwijfeld leren kennen tijdens de expeditie op Ceram waar Strengnaerts commandant was. Het echtpaar Beijen-Strengnaerts kreeg geen kinderen.

    Andere standplaatsen

    In 1868 werd Beijen benoemd bij het garnizoen in Palembang op Sumatra en in 1870 bij dat in Salatiga op Midden-Java. In 1872 kreeg hij een verlof van twee jaar om naar Nederland te gaan. Bij zijn terugkeer, al eind 1873, werd hij benoemd bij het garnizoen in Soerabaja op Oost-Java. In 1875 werd hij aangewezen om dienst te doen bij de geneeskundige dienst in Atjeh (Noord-Sumatra), waar twee jaar eerder de langdurige en bloedige Atjeh-oorlog begonnen was.
    In het onderstaande bericht in de Java-Bode van 25 oktober 1875, overgenomen uit het Soerabaijasch Handelsblad, wordt met veel waardering over hem gesproken.

    Bericht in de Java-Bode

    Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

    In Atjeh had Pieter Beijen niet alleen te maken met veel ernstig gewonden als gevolg van de gevechten, maar ook met een groot aantal cholerapatiënten. In een rapport staat: "Met geheele toewijding heeft de heer Beijen zich ruim negen maanden op uitstekende wijze gekweten van de hem opgedragen zeer moeijelijke taak." en "Zoo ook zijn aan zijne zorgvuldige en bekwame behandeling van zoo vele hoogst-belangrijke en levensgevaarlijke verwondingen vele gelukkige herstellingen te danken."
    In verband daarmee kreeg Beijen opnieuw een hoge koninklijke onderscheiding: hij werd in 1877 benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

    Nog meer standplaatsen en een verlof

    In 1876 keerde Pieter Beijen terug naar het garnizoen in Soerabaja. In 1877 werd hij aangesteld bij het hospitaal in het fort Willem I bij Semarang op Midden-Java. In 1879 werd bij benoemd tot dirigerend officier van gezondheid bij de geneeskundige dienst van Celebes in Makassar en in 1880 bij de geneeskundige dienst van Sumatra's Westkust in Padang.
    Rond de tijd van zijn verhuizing van Makassar naar Padang verscheen de onderstaande advertentie in het Makassaarsch Handels-blad over de verkoop van ZijnHoogEdelGestrenge's inboedel.


    In januari 1881, nauwelijks twee maanden na zijn verhuizing naar Padang, kreeg Pieter Beijen wegens ziekte verlof om voor twee jaar naar Europa te gaan. Opnieuw verscheen er een advertentie over de verkoop van zijn inboedel, deze keer in de Sumatra-Courant.


    Pieter Beijen en zijn vrouw vertrokken in februari 1881 met het stoomschip Voorwaarts naar Nederland. Ze keerden in juli 1883 met de Prinses Wilhelmina terug in Batavia. Beijen werd daarna aangesteld bij het militair hospitaal in Soerabaja.

    Met pensioen naar Nederland

    In 1885 ging Pieter Beijen met pensioen. Daarbij werd hem de rang van kolonel toegekend.


    Hij keerde met zijn vrouw terug naar Nederland. Zij vestigden zich in Den Haag.
    Pieter Beijen overleed daar in 1909.

    Bericht in het Amersfoorts Dagblad

    Zijn vrouw Carolina Beijen-Strengnaerts overleed in 1918.
    Hun grafsteen is afgebeeld op de pagina Grafstenen en andere gedenktekens