De familiesite Beijen/Beyen
door Laurens Beijen
De voorpagina
Het inhoudsoverzicht
De volgende pagina
De vorige pagina
De voornamenlijst
De fotogalerij
Zoeken op deze website
Reacties of vragen

De Nieuwkapelse familie

J.W. Beyen, minister van Buitenlandse Zaken

Jeugd in Bilthoven en Utrecht

Johan Willem Beijen/Beyen (7.2) werd in 1897 in Utrecht geboren als zoon van Karel Hendrik Beijen, de latere secretaris van de Staats-Spoorwegen, en Louisa Maria Coenen, die stamde uit een familie van musici.
De roepnaam van Johan Willem was Wim. Zijn achternaam was eigenlijk Beijen, maar hij placht zich later Beyen te noemen omdat hij dat handiger vond voor zijn internationale contacten.

Wim Beyen groeide op in Bilthoven en Utrecht. Over zijn jeugd schreef hij jaren later het boekje 'De zin van het nutteloze. Rarekiek van de 19e eeuwse jaren der 20ste eeuw'. Daarin liet hij het oude Bilthoven en Utrecht, zijn lagere school, het gymnasium, de Eerste Wereldoorlog, zijn studententijd, de professoren en zijn militaire diensttijd de revue passeren. Beyen liet zien hoe de samenleving in die tijd nog verschilde van de latere. Volgens hem was de negentiende eeuw in Nederland pas echt voorbij na de mislukte revolutie van Troelstra in november 1918.

Snelle carrières

November 1918 was ook voor Beyen zelf het begin van een nieuw tijdperk: zijn werkzame leven. Twee dagen na zijn promotie (op stellingen tot doctor in de rechtsgeleerdheid) trad hij als tijdelijk adjunct-commies in dienst bij het ministerie van Financiën. Hij was toen nog meer 21 jaar. In een paar jaar tijd klom hij op tot plaatsvervangend thesaurier-generaal.

In 1924 stapte Beyen over naar het bedrijfsleven. Na een korte periode als directiesecretaris bij Philips in Eindhoven werd hij in 1925 hoofd van de Nederlandse vestiging van de Javasche Bank, de centrale bank van Nederlands-Indië. Tegelijkertijd was hij de drijvende kracht achter de samenvoeging van een aantal in nood verkerende middenstandsbanken tot de Nederlandsche Middenstandsbank. In 1927, nog voor zijn dertigste jaar, werd hij directeur van de Rotterdamsche Bankvereeniging (Robaver), de latere Rotterdamsche Bank. Hij was commissaris van onder andere Philips en de KLM. In 1935 werd hij vice-president en in 1937 president van de Bank voor Internationale Betalingen in Bazel. Begin 1940 werd hij directeur van Unilever.

Toen Duitsland in 1940 Nederland binnenviel, was Beyen in het buitenland. Hij keerde niet terug naar Nederland, maar vestigde zich in Londen. Hij was daar naast zijn functie bij Unilever financieel adviseur van de Nederlandse regering in ballingschap. In 1944 speelde hij een belangrijke rol tijdens de conferentie van Bretton Woods waar de basis werd gelegd voor de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Vanaf 1946 was hij de Nederlandse vertegenwoordiger in het bestuur van de Wereldbank en vanaf 1948 ook in dat van het IMF.

Minister van Buitenlandse Zaken

In 1952 werd Beyen gepolst voor een ministerschap in het tweede (volgens een andere nummering het derde) kabinet-Drees, dat gevormd werd door PvdA, KVP, CHU en ARP. Bij de kabinetsformatie was het lastig om een evenwichtige verdeling te krijgen in de buitenlandhoek. Uiteindelijk werd overeenstemming bereikt over een unieke constructie: Beyen, die partijloos was en bleef, werd minister van Buitenlandse Zaken en de KVP-er Luns werd minister zonder portefeuille binnen hetzelfde departement. Dat leidde tot grappen als "Nederland is zó klein, en heeft dus zó veel buitenland, dat één minister van Buitenlandse Zaken niet voldoende is."
Drees, die geen groot voorstander was van Europese eenwording, hoopte dat Beyen een tegenwicht zou vormen tegen de voorstanders van een te grote Europese integratie. Dat bleek een grote vergissing. De latere staatssecretaris Van den Beugel schreef:
"Er was geen groter verschil mogelijk dan tussen Drees en Beyen. Beyen had meer dan 15 jaar in het buitenland gewoond en was de internationalist par excellence, die zich even goed, of beter thuis voelde in Parijs, Londen of Washington dan in Nederland, dat hij - buiten zijn schuld - niet meer goed kende. Hij verkeerde met de financiŽle groten der aarde, die anders geaard zijn dan de gemiddelde Nederlandse minister en a fortiori het gemiddelde Nederlandse kamerlid. Hij was briljant, lichtvoetig, uiterst artistiek, eerder sceptisch en begiftigd met een geheel oorspronkelijk, dikwijls bijtend gevoel voor humor. (....) Drees vond hem eigenlijk een wezen van een andere planeet. Daarbij kwam dat deze vrije en niet-gecommitteerde vogel tijdens zijn ambtsperiode in de ban kwam van de Europese gedachte. Binnen een jaar werd hij een volledig toegewijd 'Europeaan', die met volle inzet van zijn grote intellectuele gaven mee wilde bouwen aan het Europa van Monnet."

  
Van links naar rechts de ministers Bech (Luxemburg), Beyen (Nederland) en Spaak (BelgiŽ)  
Wim Beyen heeft een doorslaggevende rol gespeeld bij de Europese eenwording. Bij zijn aantreden als minister verkeerden de plannen om tot samenwerking te komen in een impasse. Politieke integratie bleek begrijpelijkerwijs te stuiten op allerlei gevoeligheden. Beyen heeft zowel zijn collega's in het buitenland als die in het Nederlandse kabinet ervan kunnen overtuigen dat begonnen moest worden met de economische samenwerking en dat daarna de politieke samenwerking wel zou volgen. Die visie is juist gebleken.
Een belangrijke mijlpaal was de ministersconferentie in Messina in 1955. Daar werden op voorstel van Beyen en zijn Belgische collega Spaak de afspraken gemaakt die twee jaar later leidden tot het verdrag van Rome, de geboorteakte van de Europese Economische Gemeenschap en van de latere Europese Unie. Zonder de inzet van Beyen zou het voorlopig niet zover zijn gekomen.

Na het ministerschap

Na vier jaar kwam een einde aan Beyens ministerschap. Een minister zonder partij had, zoals hij zelf schreef, in 1956 geen waarde meer op het politieke schaakbord. Maar ook wanneer hij wel zou zijn gevraagd voor een tweede ambtstermijn, zou hij dat verzoek niet hebben aanvaard: hij was niet bereid om nog langer verantwoordelijkheid te dragen voor de Nieuw-Guineapolitiek van Luns.
Na zijn ministerschap was Beyen van 1958 tot 1963 ambassadeur in Parijs. Van 1963 tot 1968 was hij president-commissaris van de Rotterdamse Bank en, na de fusie met de Amsterdamse Bank, van de AMRO-bank.
In 1968 publiceerde hij een boek over zijn carrière "Het spel en de knikkers, een kroniek van 50 jaren". Twee jaar later volgde het bovenaan deze pagina genoemde boekje over zijn jonge jaren: "De zin van het nutteloze".
In 1962 liet Wim Beyen zich katholiek dopen. Over zijn godsdienstige achtergrond wordt iets meer gezegd op de pagina De families Beijen/Beyen en de godsdienst.
Hij overleed in 1976.

De volgende pagina gaat over een in 2005 verschenen proefschrift over J.W. Beyen.


   De volgende pagina

De voorpagina
Het inhoudsoverzicht

De bovenkant van de pagina
Zoeken op deze website

Reacties of vragen