De familiesite Beijen/Beyen
door Laurens Beijen
De voorpagina
Het inhoudsoverzicht
De volgende pagina
De vorige pagina
De voornamenlijst
De fotogalerij
Zoeken op deze website
Reacties of vragen

De oudste generaties van de IJsselsteinse familie

De kinderen van Dirck Janszoon Beijen

Dirck Beijen, de hoofdpersoon van de vorige pagina, en zijn vrouw Jannichgen hadden zes kinderen: Jan, Harmen, Lijntgen, Belichgen, Gijsbert en Hillichgen. Omdat er geen doopboeken bewaard zijn gebleven, is de volgorde van de kinderen in het gezin niet zeker. Over drie van hen volgt hier iets meer.

Jan Beijen

Jan Beijen (4.1) trouwde in 1615 in Utrecht met Maria van Zijll. Jan was vlaskoper van beroep.
Jan en Maria woonden op de hoek van de Oudegracht en de Gortsteeg (de huidige Haverstraat) in Utrecht. Op het kaartje hiernaast wordt de plaats van het huis met rood aangegeven. Het noorden is links. De straat in het verlengde van de Gortsteeg is de huidige Hamburgerstraat.
Het najaar van 1624 bracht rampspoed voor het gezin. In september overleed Jan, en in november overleed eerst Maria en daarna een van hun twee kinderen. Uit het begraafregister blijkt dat in ieder geval de twee laatstgenoemde sterfgevallen veroorzaakt waren door een pestepidemie die toen in Utrecht heerste. Waarschijnlijk was ook Jan al aan die ziekte overleden.
Het andere kind, Jacob (5.2), bleef in leven en groeide op bij zijn familie in IJsselstein. Hij trouwde later met een zekere Maria Wep. Zij kregen enkele kinderen, maar later stierf dit takje uit.

Belichgen Beijen

Belichgen Beijen (4.4), die ook Belia of Sibilla werd genoemd, trouwde in 1626 in Utrecht met Cornelis van der Schuer. Cornelis was aanvankelijk deurwaarder bij de Rekenkamer van de Republiek der Verenigde Nederlanden in Den Haag. Op latere leeftijd studeerde hij rechten in Leiden; daarna was hij advocaat in Den Haag. In 1650 werd Cornelis aangesteld als ontvanger van de belastingen in de Baronie van Breda. Later woonden Cornelis en Belichgen in Maastricht. Uit het burgerboek van Maastricht blijkt dat Cornelis in 1665 officieel het burgerrecht van die stad kreeg; hij was toen notaris. Het is niet bekend wanneer Cornelis en Belichgen zijn overleden.



Een van hun zoons, Theodorus van der Schuer (1634-1707) was een bekende kunstschilder. Hij woonde en werkte een groot deel van zijn leven in Den Haag, maar hij werkte ook elders in binnen- en buitenland, onder andere in Stockholm, Parijs en Rome. Hij was onder andere hofschilder van koningin Christina van Zweden. Een van zijn grote werken is het plafond van de Trèveszaal in Den Haag, tegenwoordig de vergaderzaal van de ministerraad (foto links; Thinkie Batenburg-Mets).
Van der Schuer beschilderde onder andere ook het plafond van de grote hal van het stadhuis van Maastricht, en het plafond van de slaapkamer van Mary II Stuart, de vrouw van koning-stadhouder Willem III, op het Binnenhof in Den Haag. Dat plafond is in 1879 overgebracht naar het Rijksmuseum in Amsterdam (foto rechts; Rijksmuseum).
Van beide foto's zijn grotere exemplaren te zien door erop te klikken.

Gijsbert Beijen

Alle huidige leden van de IJsselsteinse familie stammen af van Gijsbert Beijen (4.5). Hij werkte als chirurgijn, evenals later veel van zijn nakomelingen. Op de pagina Chirurgijns en hun werk wordt meer gezegd over dat beroep en over de leden van de familie Beijen die het uitoefenden.
Net als zijn vader was Gijsbert Beijen jarenlang actief in het stadsbestuur van IJsselstein. Van 1639 tot 1652 was hij schepen; daarna werd hij burgemeester. Die laatste functie kon hij echter niet lang bekleden: hij overleed in december 1652 of in de eerste maanden van 1653.

Een trouwbelofte?
Bijna was er een stokje gestoken voor het huwelijk van Gijsbert Beijen en Elisabeth van Dijck.
In februari 1626 maakte de chirurgijn Jan van Kervel bij de kerkenraad bezwaar tegen het aangekondigde huwelijk omdat Gijsbert een trouwbelofte zou hebben gegeven aan zijn dochter Agnietgen. Er waren volgens hem ook ringen uitgewisseld. Gijsbert sprak dat tegen; hij kwam met het weinig overtuigende verhaal dat hij de ring in kwestie had verloren.
De leden van de kerkenraad vonden dat het niet op hun weg lag om een oordeel te vellen. Uiteindelijk kwam er een schikking: Gijsbert betaalde twaalf gulden voor het terugkrijgen van de ring, en Jan van Kervel trok toen zijn bezwaren in.
Het is een boeiende vraag of de leden van de IJsselsteinse familie ooit geboren zouden zijn als die schikking niet was getroffen.
Gijsbert trouwde in 1626 met Elisabeth van Dijck. Het was een huwelijk binnen de kleine IJsselsteinse bovenlaag. Elisabeths broer Lambert van Dijck, schepen van IJsselstein, was getrouwd met Gijsberts zuster Hillichgen Beijen (4.6). Elisabeth overleed eind 1653 of begin 1654, ongeveer een jaar na Gijsbert.
Gijsbert en Elisabeth hadden zes kinderen: Joannes (5.4), Dirck (5.5), Harmen (5.6), Jannichgen (5.7), Apher (5.8) en Eijchgen (5.9). Alleen via Dirck werd de naam Beijen doorgegeven aan meer dan één volgende generatie. Hij is de hoofdpersoon van de volgende pagina.


   De volgende pagina

De voorpagina
Het inhoudsoverzicht

De bovenkant van de pagina
Zoeken op deze website

Reacties of vragen