De familiesite Beijen/Beyen
door Laurens Beijen
De voorpagina
Het inhoudsoverzicht
De volgende pagina
De vorige pagina
De voornamenlijst
De fotogalerij
Zoeken op deze website
Reacties of vragen

De oudste generaties van de IJsselsteinse familie

Dirck Gijsbertszoon Beijen en zijn vrouwen

    
Dirck Beijen (5.5) was een van de kinderen van Gijsbert Beijen (4.5) die werden vermeld aan het slot van de vorige pagina. Net als zijn vader was Dirck chirurgijn in IJsselstein.
Een andere overeenkomst met zijn vader was dat Dirck jarenlang (waarschijnlijk van 1665 tot 1675) schepen van IJsselstein was. Rechtsboven staan de namen van de schepenen die werden benoemd voor het jaar 1671/1672.

Hiernaast staat een afbeelding van het zegel dat Dirck als schepen gebruikte. Het bekende hertengewei is daar twee keer op afgebeeld: zowel boven- als onderaan.
Dirck had ook nog andere openbare functies. Zo was hij in 1663 en 1664 schutmeester (hoofd van de schutterij) en gedurende een aantal jaren lid van de plaatselijke kerkenraad.
Het meest opvallende aan Dirck waren echter niet zijn verrichtingen als chirurgijn of als bestuurder, maar het feit dat hij niet minder dan vier keer getrouwd was en dat die huwelijken elkaar bijzonder snel opvolgden: binnen drie jaar nadat zijn eerste vrouw was overleden trouwde hij al voor de vierde keer.

Grietchen van Swartsenborch

Dircks eerste vrouw was Grietchen Hendricksdochter van Swartsenborch. Het huwelijk werd waarschijnlijk in of kort voor 1652 gesloten. Tussen 1652 en 1663 werden zes kinderen uit dit huwelijk gedoopt. Grietchen overleed in juli 1667; zij werd op 31 juli begraven.

Aletta Broens

Dirck hertrouwde spoedig met een zekere Aletta Broens. Op 31 januari 1669 werd een zoon uit dit tweede huwelijk, Nicolaes, gedoopt. Aletta overleed twee weken later, waarschijnlijk als gevolg van de kraamvrouwenkoorts. Zij werd begraven op 16 februari.

Josina le Pluck

Nog geen twee maanden later, op 5 april 1669, werd in Amsterdam de ondertrouw aangetekend van Dirck Beijen en de uit Amsterdam afkomstige Josina le Pluck. Het bruidspaar is daarvoor waarschijnlijk niet zelf naar Amsterdam gegaan; de ondertrouw werd ingeschreven op schriftelijk verzoek van de IJsselsteinse predikant Jodocus van Laren. Het is niet bekend wanneer en waar het huwelijk is gesloten.
Op 23 januari 1670, ruim negen maanden na de ondertrouw en nog geen jaar na de doop van Nicolaes, liet Dirck zijn zoon Joannes dopen. Ook voor Josina verliep haar eerste bevalling fataal. Op 31 januari liet zij, "sieckelijck int kinderbedde leggende", haar testament maken. Waarschijnlijk is zij kort daarna overleden.

Cornelia van Laren

Al heel snel daarna was Dirck Beijen met zijn vierde huwelijk bezig. Het toeval wilde dat deze keer Cornelia van Laren, een dochter van de al genoemde predikant Jodocus van Laren, de gelukkige was. Het plan van Dirck viel bij zijn beoogde schoonvader niet in goede aarde. Die had waarschijnlijk moeite met het feit dat de huwelijken elkaar zo snel opvolgden. In elk geval wilde dominee Van Laren niet meewerken aan de gebruikelijke kerkelijke huwelijkssluiting. Dat was pikant omdat Dirck Beijen op dat moment niet alleen schepen was, maar ook lid van de kerkenraad.
Dirck en Cornelia legden zich niet neer bij het verzet van Jodocus van Laren. Ze lieten weten dat ze ook wel een burgerlijk huwelijk konden sluiten of in een kerk in een naburige plaats konden trouwen.

Op 18 april 1670 vond een waarschijnlijk hoogoplopende discussie in de kerkenraad plaats waarbij de hamvraag was of de predikant het huwelijk zou blokkeren. Uiteindelijk besloot deze om eieren voor zijn geld te kiezen en ondanks zijn bezwaren het huwelijk niet te blokkeren. De ouderling Dirck van Meerlandt legde de conclusie als volgt vast: Domine Van Laeren, gevraecht sijnde oft sijn E[dele] indien Beijen sijne geboden bij den Politijcken Rechter ende in de nabuijrige kercken krijgen konde, het selffde soude beletten, heeft geantwoort dat sijn E[dele] gen[oemde] Beijen als hebben[de] het werck buijten hem begonnen, daer mede laet begaen ende dat sijn E[dele] bij soo verre Beijen tot het voors[eide] oogemerck konde geraecken het selffde niet en soude beletten, gelijck sijn E[dele] voor desen in de Kerckelijcke vergaderinge hadde voorgestelt.

Andere ondertrouwdiscussies
Wie het notulenboek van de IJsselsteinse kerkenraad uit de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw leest, krijgt de indruk dat de familie Beijen een abonnement had op discussies over ondertrouw.
Onderaan de vorige pagina wordt verteld dat in 1626 de ondertrouw van Dircks ouders, Gijsbert Beijen en Elisabeth van Dijck, bijna werd geblokkeerd omdat Gijsbert iemand anders een trouwbelofte zou hebben gegeven.
In 1670 was er het meningsverschil dat op deze pagina wordt beschreven, en weer een generatie later, in 1705, moest de kerkenraad zich buigen over ernstige bezwaren tegen de ondertrouw van de oudste zoon van Dirck en Cornelia. Meer daarover staat op de pagina over Johan Beijen en Mechteld van Meerland.
Op 28 april verzochten Dirck en Cornelia aan het stadsbestuur om hun voorgenomen huwelijk van het stadhuis af te kondigen. Ze klaagden erover dat de vader van Cornelia volstrekt geen redenen gaf voor zijn weigering om mee te werken. Daarop gingen twee van de schepenen op bezoek bij Jodocus van Laren. Die verklaarde dat hij nooit in het huwelijk zou toestemmen en dat hij zich niet verplicht voelde om daar een reden voor te geven. Vervolgens gaf het stadsbestuur toch de gevraagde toestemming voor de ondertrouw.


Getrouwd in De Meern
Tot voor kort was niet bekend waar Dirck en Cornelia getrouwd zijn. Bert Onclin uit Baarn, die eerder al had gevonden dat hun zoon Johan na een vergelijkbaar conflict was getrouwd in de kerk van Blauwkapel, vond ook op deze vraag het antwoord: in de kerk van De Meern.
In de tekst hierboven uit het trouwboek van De Meern staat: Anno 1670 den 12 Junii. Dirck Beijen Schepen tot Isselsteijn ende Cornelia van Laren zijn alhier des namiddachs in den echten staet bevesticht nadat se vertoont hadden attestatie, dat haere drie houwelicke gebooden op den Stadthuijsen tot Isselsteijn sonder verhindering waeren gegaen.
Met andere woorden: Dirck en Cornelia zijn op 12 juni 1670 in De Meern getrouwd nadat ze een verklaring hadden getoond waaruit bleek dat hun voorgenomen huwelijk driemaal in IJsselstein bekend was gemaakt zonder dat iemand bezwaar had aangetekend.

Al op 26 december 1670 werd het eerste kind uit dit vierde huwelijk, Cornelia, gedoopt. Volgens het IJsselsteinse doopregister volgden in de periode 1672-1687 nog zeven andere kinderen. Uit een andere bron blijkt dat Dirck en Cornelia in 1688/89 nog een negende kind moeten hebben gekregen.

Ten slotte

Dirck overleed eind 1692. Zijn weduwe Cornelia van Laren is vermoedelijk later verhuisd naar Amsterdam of omgeving. Zij is in of na 1707 overleden.

Voorzover valt na te gaan heeft Dirck dus zeventien kinderen gekregen: zes uit zijn eerste, een uit zijn tweede, een uit zijn derde en negen uit zijn vierde huwelijk. Verschillende van deze kinderen zijn jong gestorven; voor zover bekend hebben elf kinderen de huwbare leeftijd bereikt. Op de volgende pagina wordt meer gezegd over een aantal van deze kinderen en hun nakomelingen.


   De volgende pagina

De voorpagina
Het inhoudsoverzicht

De bovenkant van de pagina
Zoeken op deze website

Reacties of vragen